Canada - Nederland

Canada - Nederland

Generaties Canadezen hebben het vaderland en de wereld gediend in tijden van oorlog, militaire conflicten en vrede. Dankzij de moed en opoffering van deze mannen en vrouwen kunnen wij nu in vrede leven. Maar ook in de rest van de wereld hebben zij bijgedragen aan het verspreiden van vrijheid en vrede. Het programma Canada Remembers zet zich in voor een beter begrip van de inspanningen van deze Canadezen en eert de opofferingen en prestaties van hen die hebben gediend en van degenen die ons land hebben gesteund aan het thuisfront.

Het programma betrekt Canadezen bij nationale en internationale ceremonies en evenementen zoals activiteiten rondom de Veteranenweek, leerprojecten voor de jeugd, educatieve en voorlichtingsmaterialen en -activiteiten (waaronder online leren), het verzorgen van uitvaartdiensten en het onderhoud van internationale en nationale Canadese monumenten en begraafplaatsen (waaronder dertien slagveldmonumenten in Frankrijk en België ter nagedachtenis aan de Eerste Wereldoorlog).

Wanneer we kijken naar het optreden van Canada in de Eerste en Tweede Wereldoorlog, de Korea-oorlog en de diverse militaire operaties en vredesmissies waaraan het land heeft deelgenomen, zien we steeds hetzelfde thema als een rode draad terugkeren: aan de rol van Canada ligt altijd de overtuiging ten grondslag dat de rechten van anderen beschermd moeten worden en dat het koesteren van vrijheid en vrede elke inspanning waard is. Veel Canadezen zijn gestorven voor deze overtuiging en vele anderen hebben hun leven gewijd aan het najagen van deze idealen. De bereidheid om op te komen voor de rechten van de mens, voor vrijheid en rechtvaardigheid is in de ogen van de wereld nog steeds een van de belangrijkste kenmerken van Canada.

Veterans Affairs Canada informeert de Canadezen over de opofferingen die hun landgenoten zich hebben getroost en de inspanningen die zij hebben verricht terwijl zij hun land dienden. De organisatie hoopt dat de Canadezen op deze manier 'de fakkel der herinnering' zullen doorgeven aan toekomstige generaties Canadezen en zo de nalatenschap beschermen van hen die hun land dienden.

...Door onze tekortkomingen, werpen wij De fakkel; aan jullie hem hoog te houden. Als jullie het geloof met ons, die sterven, verbreken Dan zullen wij niet rusten, ondanks dat klaprozen groeien Op de velden van Vlaanderen. Uit "In Flanders Fields" door John McCrae

Een lijst van alle beschikbare publicaties is te vinden op www.veterans.gc.ca. U kunt ook bellen naar het gratis telefoonnummer 1-877-604-8469.

De bevrijding van Nederland

Inleiding

De bevrijding van Nederland, die duurde van september 1944 tot april 1945, was van groot belang voor het beëindigen van de Tweede Wereldoorlog, aangezien de geallieerden Duitsland toen aan alle kanten omringden. Het Eerste Canadese Leger speelde een belangrijke rol bij de bevrijding van het Nederlandse volk, dat zwaar had geleden onder het juk van de steeds wanhopiger wordende Duitse bezetter.

Het Eerste Canadese Leger speelde ook een belangrijke rol bij het openleggen van de Belgische en Nederlandse Scheldedelta, de toegangspoort tot de haven van Antwerpen. Toegang tot deze haven was essentieel voor de bevoorrading van de geallieerde legers die steeds verder oprukten naar Duitsland om de troepen van Adolf Hitler te verslaan en West-Europa te bevrijden van de bezetting door de nazi's die in april 1940 was begonnen.

Kapitein Crawford Smith van het Perth Regiment sluit vriendschap met Suzie Calder uit Harderwijk. <em>(Openbare Archieven Canada 50594)</em>

Kapitein Crawford Smith van het Perth Regiment sluit vriendschap met Suzie Calder uit Harderwijk. (Openbare Archieven Canada 50594)

Na het einde van de slag om de Schelde in november 1944 volgde een relatief rustige periode voorafgaand aan de opmars over de Rijn in het nieuwe jaar. Toen in 1945 de geallieerde offensieven van start gingen, hielp het Eerste Canadese Leger bij de bevrijding van het noordoosten en westen van Nederland, totdat het Duitse leger begin mei officieel capituleerde.

Onder het bevel van generaal Henry Duncan Graham (Harry) Crerar had het Eerste Canadese Leger een internationaal karakter. Naast het Tweede Canadese Korps (waartoe de Tweede en Derde Canadese Infanteriedivisie en de Vierde Canadese Pantserdivisie behoorden) behoorden ook het Eerste Britse Korps en de Eerste Poolse Pantserdivisie tot dit leger. Ook Amerikaanse, Belgische en Nederlandse soldaten maakten diverse malen deel uit van het Eerste Canadese Leger.

Meer dan 7600 Canadezen stierven tijdens de negen maanden durende strijd om de bevrijding van Nederland en brachten daarmee een enorm offer voor de vrijheid.

De weg naar Nederland

Op 6 juni 1944, D-day, landden de geallieerde legers op de stranden van Normandië. De Derde Canadese Infanteriedivisie en de Tweede Canadese Pantserbrigade van het Eerste Canadese Leger namen deel aan de landing. Toen de legers verder landinwaarts trokken, raakte het Eerste Canadese Leger in een bittere strijd verwikkeld bij Caen en Falaise. Nadat de slag om Normandië op 25 augustus 1944 was gewonnen, kreeg het Eerste Canadese Leger de taak de kustgebieden vrij te maken en de havens aan het Kanaal open te stellen voor de noodzakelijke bevoorrading.

Het Eerste Canadese Leger vocht aan de linkerflank van de geallieerde troepen en rukte snel op naar het oosten, via Frankrijk naar België. Begin september werd de Tweede Canadese Divisie verwelkomd in Dieppe. Het Tweede Canadese Korps liet een aantal eenheden achter om de zwaar beveiligde havens te bewaken en stootte door naar België, waar het halverwege de maand Oostende, Brugge en Gent bereikte. Op 1 oktober waren de havensteden Boulogne, Cap Gris Nez, Calais en Duinkerken in handen van de geallieerden. Het Tweede Canadese Korps had ook de Duitse lanceerinrichtingen veroverd waarmee er een einde kwam aan de voortdurende beschietingen van Zuid-Engeland.

Inmiddels was het Tweede Britse Leger gearriveerd in het zuiden van Nederland. Op 17 september probeerden drie Britse en Amerikaanse luchtlandingsdivisies en een brigade van Poolse paratroepen achter de vijandelijke linies te landen in Nijmegen, Eindhoven en Arnhem. Deze missie met de codenaam 'Operation Market Garden' had als doel het veroveren van een brug over de Rijn bij Arnhem. De operatie mislukte. 1400 van de oorspronkelijke 35.000 manschappen werden gedood en meer dan 6000 werden er gevangen genomen. Alle hoop op een snel einde van de oorlog leek vervlogen.

Het in handen krijgen van een belangrijke haven kreeg nu de hoogste prioriteit, want het was van het grootste belang dat de legers voor de winter konden beschikken over voldoende bevoorradingslijnen. Het Tweede Britse Leger had de haven van Antwerpen ingenomen zonder noemenswaardige schade aan de installaties. Als op een na grootste haven van Europa was Antwerpen met zijn 45 kilometer haventerrein een ideale aanvoerplaats van voorraden voor de doorgaande strijd. Het openleggen van de haven van Antwerpen was zelfs noodzakelijk, want tot dan toe voerden de belangrijkste bevoorradingslijnen nog steeds terug tot Normandië.

Antwerpen ligt echter op 80 kilometer van de Noordzee en is daarmee verbonden door een brede riviermonding, de Westerschelde, die nog steeds in handen was van de Duitsers. Zolang de Duitsers de controle hadden over de toegang tot de zee en de lange, kronkelende riviermonding, konden de geallieerden onmogelijk goederen naar de haven vervoeren. De verovering van Antwerpen alleen was niet genoeg - al het land rondom de Schelde zou eerst bevrijd moeten worden.

De slag om de Schelde

Het Eerste Canadese Leger, onder bevel van luitenant-generaal Guy Simonds, kreeg de taak de Schelde te bevrijden. Simonds was de plaatsvervanger van generaal Crerar, die naar Engeland was geëvacueerd vanwege ernstige dysenterie.

De unieke topografie van het gebied maakte het nog eens extra moeilijk voor het Eerste Canadese Leger. Ten noorden van de Westerschelde ligt Zuid-Beveland met ten westen daarvan het eiland Walcheren, dat was versterkt tot een machtige Duitse vesting. De zuidoever van de riviermond bestond uit vlakke polders omringd door dijken. Deze gebieden liggen onder zeeniveau en waren goed te verdedigen.

Een terrapin arriveert big het inschepingspunt van de Schelde bij Terneuzen. <em>(Openbare archieven Canada 41568)</em>

Een terrapin arriveert big het inschepingspunt van de Schelde bij Terneuzen. (Openbare archieven Canada 41568)

Het plan voor het openleggen van de Westerschelde bestond uit vier grote operaties: het vrijmaken van het gebied ten noorden van Antwerpen en het verkrijgen van toegang tot Zuid-Beveland, het schoonvegen van het gebied rond Breskens achter het Leopoldkanaal, de inname van Zuid-Beveland en de inname van het eiland Walcheren.

Op 2 oktober begon de Tweede Canadese Infanteriedivisie aan zijn opmars ten noorden van Antwerpen, terwijl de Derde Canadese Infanteriedivisie, gesteund door de Vierde Canadese Pantserdivisie, de aanval over het Leopoldkanaal begon. In beide gebieden werd een bittere strijd geleverd. Doordat het gebied onder water stond, kwamen de geallieerde troepen moeilijk vooruit. Bovendien hadden de Duitsers zich goed ingegraven en waren zij bereid het gebied tot het uiterste te verdedigen.

De Tweede Canadese Infanteriedivisie, die via het noorden oprukte naar het oosten van Zuid-Beveland, boekte goede vooruitgang tegen de vijandige paratroepen die hen de weg versperden. De Canadese troepen leden grote verliezen toen zij aanvielen over een open, ondergelopen gebied, maar uiteindelijk werd op 16 oktober de stad Woensdrecht aan de rand van Zuid-Beveland veroverd.

Inmiddels was voor iedereen duidelijk voor welke moeilijkheden de troepen zich gesteld zagen. Daarom vaardigde veldmaarschalk Bernard Montgomery, algeheel bevelhebber van het Eerste Canadese Leger en het Tweede Britse Leger, een bevel uit waarin hij het openleggen van de Scheldemonding tot topprioriteit maakte. In het oosten viel het Britse Tweede Leger in westelijke richting aan om Nederland ten zuiden van de Maas te bevrijden. Hierdoor werd het gebied rond de Schelde beschermd tegen een tegenaanval van buitenaf.

Vervoermiddelen van de Royal Hamilton Lichte Infanterie rijden door het dor Krabbendijke over de dijk naar Zuid-Beveland. <em>(Openbare archieven Canada 41949)</em>

Vervoermiddelen van de Royal Hamilton Lichte Infanterie rijden door het dor Krabbendijke over de dijk naar Zuid-Beveland. (Openbare archieven Canada 41949)

Ondertussen concentreerde generaal Simonds zich op het gebied ten noorden van Zuid-Beveland. De Vierde Canadese Pantserdivisie, die had gevochten bij het Leopoldkanaal, trok naar het noorden van de Schelde en rukte snel op naar Bergen op Zoom. Op 24 oktober was de toegang tot Zuid-Beveland veiliggesteld.

Ook aan de zuidoever van de Schelde werd hevig gevochten. Daar stuitte de Derde Canadese Infanteriedivisie op fel Duits verzet in hun pogingen het Leopoldkanaal over te steken en het gebied rond Breskens achter dat kanaal te bevrijden. De aanval begon op 6 oktober. Drie dagen lang liep een beperkt bruggenhoofd continu het gevaar uitgeschakeld te worden. Een amfibische aanval op 9 oktober brak ten slotte de greep van de vijand op het kanaal. Het bruggenhoofd werd versterkt. Manschappen en tanks staken het kanaal over en de Duitsers trokken zich terug in betonnen bunkers langs de kust. Er volgden nog meer gevechten, tot op 3 november de zuidoever van de Schelde geheel was bevrijd.

Op 24 oktober begon de derde fase van de operatie om de Schelde te bevrijden, toen de Tweede Canadese Pantserdivisie oprukte naar Zuid-Beveland. Zowel de soldaten als de officieren hoopten snel door te kunnen stoten door de vijand te omzeilen en stellingen aan de overkant van het Kanaal door Zuid-Beveland in te nemen, maar ook zij werden vertraagd door mijnen, modder en krachtig verzet van de vijand.

De 52e (Lowland) Divisie voerde een amfibische aanval uit over de Westerschelde om voorbij de verdedigingslinies van de Duitsers aan het Kanaal door Zuid-Beveland te komen. Zo werd deze geweldige verdediging overvleugeld en begon de Zesde Canadese Infanteriebrigade een frontale aanval in aanvalsboten. De Genie kon het kanaal overbruggen via de hoofdweg. Toen het kanaal geen verdedigingslinie meer vormde, brokkelde het Duitse verzet af en werd Zuid-Beveland bevrijd.

''Buffalo'-amfibievoertuigen zetten manschappen over de Schelde in Nederland. <em>(Openbare Archieven Canada PA-136754)</em>

''Buffalo'-amfibievoertuigen zetten manschappen over de Schelde in Nederland. (Openbare Archieven Canada PA-136754)

Op dat moment vormde het eiland Walcheren nog het enige obstakel voor het gebruik van de haven van Antwerpen. De verdediging van het eiland was ontzettend sterk en de enige mogelijkheid om het eiland via land te bereiken was de lange, smalle dijk vanaf Zuid-Beveland. Helaas waren de zandbanken rondom deze dijk te zeer verzadigd met zeewater om eroverheen te kunnen lopen en stond er te weinig water voor een aanval met stormboten.

Het eiland werd vanuit drie richtingen aangevallen: vanuit het oosten over de dijk, vanuit het zuiden over de Westerschelde en vanuit het westen vanaf zee. Om de Duitse verdediging te hinderen, voerde de Engelse luchtmacht zware bombardementen uit op de dijken rond het eiland. Hierdoor overstroomde het centrale gebied en konden amfibievoertuigen worden ingezet.

De Canadezen vielen op 31 oktober de dijk aan en wisten na een grimmige strijd een klein gebied in te nemen. Daarna rukte de Tweede Britse Divisie op. Tegelijkertijd werden de Duitsers vanaf het water aangevallen. Op 6 november viel Middelburg, de hoofdstad van het eiland, en op 8 november was alle weerstand gebroken. Het kanaal werd vrijgemaakt van mijnen en op 28 november arriveerde het eerste konvooi in de haven van Antwerpen, onder leiding van het in Canada gebouwde vrachtschip Fort Cataraqui.

Mijnenvegers keren terug in de haven van Antwerpen. <em>(Openbare Archieven Canada 42877)</em>

Mijnenvegers keren terug in de haven van Antwerpen. (Openbare Archieven Canada 42877)

Intussen was de Vierde Canadese Pantserdivisie voorbij Bergen op Zoom opgerukt naar het oosten tot St. Philipsland waar in een 'zeeslag' vanaf het land diverse Duitse schepen tot zinken werden gebracht in de Zijpe.

Met de vrije doorgang naar de haven van Antwerpen en het gebied tot aan de Maas bevrijd, kwam er een einde aan de slag om de Schelde en kwam ook de bevrijding van Europa een stuk dichterbij.

De slag om de Schelde had een hoge tol geëist van het Eerste Canadese Leger. Tussen 1 oktober en 8 november 1944 had het eerste Canadese Leger 12.873 slachtoffers (doden, gewonden of vermisten) te betreuren, waaronder 6367 Canadezen.

De operatie Rijnland

Na de slag om de Schelde kregen de Canadezen de verantwoordelijkheid voor de verdediging van de linie langs de rivier de Maas en de saillant van Nijmegen (een saillaint is een vooruitstekend stuk land in vijandelijk gebied). Het Canadese front liep van de Duitse grens ten zuiden van Nijmegen tot aan Duinkerken aan de Noordzeekust over een afstand van meer dan 360 kilometer.

Er volgde een vrij stabiele periode van drie maanden, die werd besteed aan het plannen en voorbereiden van het voorjaarsoffensief. Toch vonden er ook nog enkele hevige schermutselingen plaats. Zo verliep de strijd tegen Duitse paratroepen bij Kapelsche Veer onverwacht zwaar. Ook de alarmberichten en troepenbewegingen die het gevolg waren van het Duitse offensief in de Ardennen maakten constante waakzaamheid noodzakelijk.

Shermantank spettert door de modder in de burrt van Nijmegen, 15 November 1944. <em>(Openbare Archieven Canada 42597)</em>

Shermantank spettert door de modder in de burrt van Nijmegen, 15 November 1944. (Openbare Archieven Canada 42597)

Ten slotte begonnen de geallieerden in februari 1945 een groot offensief om de vijand terug te dringen over de Rijn en Duitsland eindelijk op de knieën te dwingen.

De eerste fase van de operatie begon in het noorden, waar veldmaarschalk Montgomery het bevel voerde over zowel het Negende Amerikaanse Leger als zijn Britse en Canadese troepen. Er vonden twee grote uitvallen plaats. Het Eerste Canadese Leger rukte vanaf de saillant van Nijmegen op naar het zuidoosten om de corridor tussen de Rijn en de Maas vrij te maken, terwijl het Negende Amerikaanse Leger naar het noordoosten trok om aan de Rijn tegenover Wesel weer bij de Canadezen te komen.

Het Eerste Canadese Leger, onder leiding van generaal Crerar, kreeg versterking van geallieerde formaties. Hij stond daarmee aan het hoofd van de grootste troepenmacht waarover een Canadese officier ooit het bevel had gevoerd. Het leger stond voor de taak om het grote Reichswald schoon te vegen, de Siegfriedlinie te doorbreken, de verdediging van het Hochwald op te ruimen en het gebied tot aan de Rijn veilig te stellen.

Op 8 februari ging het offensief van start onder de codenaam 'Veritable'. Het offensief werd voorafgegaan door hevige lucht- en artillerieaanvallen op vijandige posities. Maar de voortgang verliep niet voorspoedig. De opmars werd gehinderd door modder en ondergelopen terrein; er waren momenten dat de troepen door water van een meter diep moesten ploeteren. Bovendien werd de Amerikaanse opmars vanuit het zuiden vertraagd door overstromingen waardoor de vijand zijn posities kon versterken.

Mannen van het Vijfde Veldregiment van het Canadese Leger schieten projectielen van 25 pond af. Malden <em>(Openbare Archieven Canada 45747)</em>

Mannen van het Vijfde Veldregiment van het Canadese Leger schieten projectielen van 25 pond af. Malden (Openbare Archieven Canada 45747)

Toch vielen de buitenste verdedigingslinies van de Siegfriedlinie. Helemaal aan de linkerkant boekten de 'waterratten' van de Derde Canadese Infanteriedivisie, die na de slag om de Schelde zeer bedreven waren in amfibische operaties, belangrijke vooruitgang over het ondergelopen land. Daarop vochten de Britse en Canadese soldaten zich moeizaam een weg vooruit door de naaldbossen van het Reichswald en het ondergelopen platteland. Op 21 februari doorbraken ze de prestigieuze Siegfriedlinie.

De formidabele verdedigingswerken van het Hochwald en het Balberger Wald versperden nog steeds de weg naar de Rijn. De inname van het Hochwald had veel weg van de verschrikkelijke slag om het Reichswald. Twee Canadezen, sergeant Aubrey Cosens en majoor F.A. Tilston, kregen het Victoriakruis toegekend voor hun moedige optreden tijdens deze slag. Majoor Tilston verdiende het Victoriakruis omdat hij persoonlijk zijn compagnie had aangevoerd tijdens een aanval onder hevig vijandelijk vuur op de verdedigingslinie van het Hochwald. Ondanks zijn ernstige verwondingen, leidde hij moedig zijn troepen, zorgde hij ervoor dat ze voldoende munitie hadden, schakelde hij Duitse geschutsposities uit en nam hij deel aan man-tegen-mangevechten om ervoor te zorgen dat zijn compagnie deze belangrijke taak tot een goed einde kon brengen. Sergeant Cosens kreeg zijn Victoriakruis voor zijn optreden in een gevecht om de vijand te verdrijven uit een klein dorp. Hij nam het bevel over zijn gehavende peloton op zich en schakelde persoonlijk de Duitse verdedigers van drie gebouwen uit temidden van hevige vijandelijke beschietingen, waarbij hij ten minste veertig Duitsers doodde of gevangen nam voordat hij zelf werd gedood door een sluipschutter.

De Amerikanen boekten nu ook vooruitgang vanuit het zuiden. Het verzet hield aan tot 10 maart, toen de vijand de bruggen over de rivier de Wesel opblies en zich terugtrok op de oostelijke oever van de Rijn.

Gedurende deze maand van gevechten leed het Eerste Canadese Leger zware verliezen - 15.634 doden, gewonden of vermisten, waaronder 5304 Canadezen. Maar ze hadden de oevers van de Rijn veroverd en daarmee de laatste belangrijke verdedigingslinie van de Duitsers.

De laatste fase: de bevrijding van Noordwest-Europa

De weg was nu vrij voor de laatste fase van de strijd in Noordwest-Europa. Op 23 maart begonnen de geallieerde troepen van veldmaarschalk Montgomery aan de aanval over de Rijn. Hoewel het Eerste Canadese Leger niet deelnam aan de oversteek, waren de manschappen van de Negende Canadese Infanteriebrigade, onder Brits bevel, betrokken bij de oversteek van de Rijn bij Rees. Het Eerste Canadese Parachutistenbataljon, dat nog steeds meevocht met de Zesde Luchtlandingsdivisie, landde met succes aan de oostkant van de rivier in de buurt van Wesel. Tijdens deze operatie verdiende een Canadese hospitaalsoldaat, F.G. Topham, het Victoriakruis voor zijn heldhaftige verzorging van een gewonde man. Enkele dagen later stak de Derde Canadese Infanteriedivisie de Rijn over om zich vervolgens een weg te vechten naar Emmerich.

Met de Rijn achter zich konden de geallieerde troepen nu profiteren van hun grote overmacht in aantal en verder Duitsland in trekken. Aan het oostfront naderden de Russen Wenen en stonden ze op het punt de rivier de Oder over te steken naar Berlijn.

De taak van het Eerste Canadese Leger in deze periode was het openleggen van de aanvoerroute naar het noorden via Arnhem en daarna het bevrijden van het noordoostelijke deel van Nederland, de kuststreek van Duitsland naar het oosten in de richting van de Elbe en het westen van Nederland.

Ditmaal was het Eerste Canadese Leger Canadeser dan ooit tevoren. Het Eerste Canadese Korps, dat sinds de zomer van 1943 in Italië had gevochten, werd in Noordwest-Europa ingezet. Voor het eerst in de geschiedenis vochten twee Canadese legerkorpsen zij aan zij. Het Tweede Canadese Korps zou het noordoostelijke deel van Nederland en de Duitse kust schoonvegen, terwijl het Eerste Canadese Korps zou afrekenen met de overgebleven Duitsers in het westen van Nederland ten noorden van de Maas.

Alligators van de Actste Canadese Infanteriebrigade gaan het overstromingsgbied van de Rijn in. <em>(Openbare Archieven Canada 46124)</em>

Alligators van de Actste Canadese Infanteriebrigade gaan het overstromingsgbied van de Rijn in. (Openbare Archieven Canada 46124)

De Genie van de Vierde Divisie werkt aan een baileybrug over het Twentekanaal bij Delden. <em>(Openbare Archieven Canada 49159)</em>

De Genie van de Vierde Divisie werkt aan een baileybrug over het Twentekanaal bij Delden. (Openbare Archieven Canada 49159)

Noordoost-Nederland

De opmars naar het noorden van het Tweede Canadese Korps verliep vlot. Terwijl de troepen door Nederland trokken, werden ze overal door het bevrijde Nederlandse volk enthousiast begroet.

Aan de rechterzijde stak de Vierde Canadese Pantserdivisie van generaal-majoor Vokes het Twentekanaal over en bevrijdde Almelo op 5 april, waarna zij in oostelijke richting afboog, terug naar Duitsland. In het midden stak de Tweede Canadese Divisie de Schipbeek over en trok in een nagenoeg rechte lijn naar Groningen, waar zij op 16 april aankwam. De Derde Canadese Divisie, aan de linkerflank van het Korps, was belast met het schoonvegen van het gebied langs de IJssel en nam na enkele dagen van zware gevechten de historische stad Zutphen in. Van daaruit trok zij verder en veroverde Deventer, Zwolle en Leeuwarden om uiteindelijk op 18 april de Waddenzee te bereiken.

Rubberen vlotten zetten soldaten van de Chaudières over het kanaal bij Zutphen <em>(Openbare Archieven Canada 49416)</em>

Rubberen vlotten zetten soldaten van de Chaudières over het kanaal bij Zutphen (Openbare Archieven Canada 49416)

De operaties van het Tweede Canadese Korps werden vervolgens verlegd van het oosten van Nederland naar West-Duitsland. De Vierde Canadese Divisie stak de rivier de Ems over bij Meppen en trok samen met de Eerste Poolse Pantserdivisie naar Emden, Wilhelmshaven en Oldenburg. De Derde Canadese Divisie trok ook naar Emden, terwijl de Tweede Canadese Divisie vanuit Groningen in de richting van Oldenburg trok.

West-Nederland

In het westen van Nederland was het Eerste Canadese Korps, bestaande uit de Eerste Canadese Infanteriedivisie en de Vijfde Canadese Pantserdivisie onder bevel van luitenant-generaal Charles Foulkes, verantwoordelijk voor de bevrijding van het gebied ten noorden van de Maas. In deze regio lagen de belangrijke steden Amsterdam, Rotterdam en Den Haag, waar de inwoners aan het eind van hun krachten waren door alle ontberingen van de hongerwinter. De voedselvoorraden in de steden waren uitgeput, er was vrijwel geen brandstof meer en van transport was nauwelijks nog sprake. Duizenden mannen, vrouwen en kinderen waren omgekomen.

De aanval op Arnhem begon op 12 april. Twee dagen later werd de stad bevrijd, na veel gevechten van huis tot huis. De Vijfde Canadese Pantserdivisie stootte vervolgens door naar het noorden naar het IJsselmeer, zo'n vijftig kilometer verder, om de vijandelijke troepen die tegenover de Eerste Canadese Divisie stonden in Apeldoorn de pas af te snijden. Op 17 april werd Apeldoorn door de Canadezen bevrijd.

Op 28 april waren de Duitsers in het westen van Nederland teruggedrongen tot achter de Grebbelinie, die ongeveer van Wageningen via Amersfoort tot aan de Noordzee liep. Op die dag werd een tijdelijke wapenstilstand gesloten, waardoor er een einde kwam aan de gevechten in het westen van Nederland. Enkele dagen later begonnen de voedseltransporten naar de hongerlijdende bevolking op gang te komen. Geen enkel deel van West-Europa werd op een crucialer moment bevrijd dan het westen van Nederland. De Canadese soldaten die zo'n grote bijdrage hadden geleverd aan die bevrijding werden dan ook juichend ontvangen.

Op 25 april ontmoetten de Amerikaanse en Russische troepen elkaar aan de Elbe. Een paar dagen later pleegde Hitler zelfmoord in Berlijn, waar hij was omsingeld door de Russen. De oorlog eindigde een week later. Op 5 mei aanvaardde generaal Foulkes in Wageningen de overgave van de Duitse troepen in Nederland. Generaal Simonds van het Tweede Canadese Korps deed hetzelfde voor zijn front in Bad Zwischenahn. De officiële Duitse capitulatie werd op 7 mei getekend in het Franse Reims.

Het Perth Regiment rukt op door de bossen ten noorden van Arnhem, 16 April 1945. <em>(Openbare Archieven Canada 50084)</em>

Het Perth Regiment rukt op door de bossen ten noorden van Arnhem, 16 April 1945. (Openbare Archieven Canada 50084)

Mannen van de Black Watch bouwen een provisorische brug over de Regge bij Ommen. <em>(Openbare Archieven Canada 49639)</em>

Mannen van de Black Watch bouwen een provisorische brug over de Regge bij Ommen. (Openbare Archieven Canada 49639)

Tanks van de Vijfde Canadese Divisie rijden door Putten. <em>(Openbare Archieven Canada 50417)</em>

Tanks van de Vijfde Canadese Divisie rijden door Putten. (Openbare Archieven Canada 50417)

Mensen vieren de bevrijding in Rotterdam <em>(Openbare Archieven Canada 51863)</em>

Mensen vieren de bevrijding in Rotterdam (Openbare Archieven Canada 51863)

Capitulatie van het Vijfentwintigste Duitse Leger.

Capitulatie van het Vijfentwintigste Duitse Leger.

De veldtocht in Noordwest-Europa duurde elf maanden en zou niet gelukt zijn zonder de steun van geallieerde schepen en vliegtuigen. De marineschepen hielden de zeewegen open voor de aanvoer van munitie, voorraden en versterkingen, terwijl de luchtstrijdkrachten het luchtruim vrij hielden en gevaarlijke bombardementen en mijnenmissies uitvoerden.

De Commonwealth War Graves Commission

De Commonwealth War Graves Commission is op 21 mei 1917 bij koninklijk decreet opgericht als de Imperial War Graves Commission. Met een aanvullend decreet in 1940 werden de verplichtingen ervan uitgebreid naar de gesneuvelden van de Tweede Wereldoorlog en in 1960 werd officieel besloten de naam te veranderen in de huidige naam.

Groot-Brittannië, Canada, Australië, Nieuw-Zeeland, India en de Republiek Zuid-Afrika zijn lid van de commissie. Zij delen samen de kosten van de commissie naar rato van hun aantal oorlogsslachtoffers.

Vanaf het begin had de commissie als enige doel en functie het begraven en blijvend herdenken van de 1.695.000 gesneuvelde strijdkrachten van het Britse Gemenebest en het Britse Koninkrijk die zijn omgekomen tijdens de Eerste en Tweede Wereldoorlog. Ze zijn begraven op meer dan 23.000 begraafplaatsen in 140 landen over de hele wereld. De namen van degenen wier laatste rustplaats onbekend is, worden herdacht op meer dan 200 monumenten die zijn opgericht in de gebieden waar zij hebben gevochten en zijn gesneuveld.

Twee Spitfires van het Hornet Squadron van de Canadese luchtmacht stijgen op boven een luchtverkeersregelingswagen. <em>(Foto van Ministerie van Nationale Defensie PL 43156)</em>

Twee Spitfires van het Hornet Squadron van de Canadese luchtmacht stijgen op boven een luchtverkeersregelingswagen. (Foto van Ministerie van Nationale Defensie PL 43156)

De 2500 Commonwealth War Cemeteries op de wereld zijn aangelegd volgens de ontwerpen van enkele van de meest vooraanstaande hedendaagse architecten. De commissie heeft bepaald dat deze begraafplaatsen worden aangelegd als prachtige tuinen met veel groen van gras en struiken en overal de kleuren en geuren van bloemen. Het zijn mooie plaatsen waar elke bezoeker een sfeer van rust en vrede ervaart.

Elke oorlogsbegraafplaats is gemarkeerd met een groot stenen opofferingskruis met daarop een bronzen kruisvaarderszwaard. Op de grotere begraafplaatsen is daarnaast een herinneringssteen geplaatst, een altaarachtig monument met daarop de woorden: Their Name Liveth For Evermore.

Een van de belangrijkste principes van de commissie is dat er geen onderscheid wordt gemaakt naar opoffering. Daarom wordt elk van de gesneuvelden afzonderlijk met naam herdacht en worden ze allemaal als gelijken behandeld, ongeacht hun rang, maatschappelijke status, ras of religie.

De 5706 in Nederland gesneuvelde Canadezen zijn voornamelijk begraven op zeven Commonwealth War Cemeteries of worden herdacht op het monument in Groesbeek. Het Canadese kantoor van de Commonwealth War Graves Commission is ondergebracht bij het Ministerie van Veteranenzaken in Ottawa en heeft de verantwoordelijkheid over zo'n 19.000 gesneuvelden uit het Gemenebest die zijn begraven in Canada en de Verenigde Staten.

Hun offer herdenken

Degenen die hebben gevochten voor de bevrijding van Nederland hebben veel bereikt en opgeofferd in hun pogingen het Europese volk vrijheid en vrede te brengen. Veel van deze strijders behoorden tot de meer dan een miljoen mannen en vrouwen die tijdens de Tweede Wereldoorlog dienden in het Canadese leger. Veel van hen behoorden ook tot de meer dan 42.000 Canadezen die hun leven hebben gegeven tijdens deze strijd. Canada en de wereld erkennen de opofferingen en de prestaties van alle Canadezen, waaronder degenen die hebben gevochten voor de bevrijding van Nederland, die zoveel hebben bereikt en hebben gezorgd voor blijvende vrede.

Meer dan 7600 Canadezen kwamen om tijdens de negen vreselijke maanden die nodig waren om Nederland te bevrijden. Ze zijn begraven op begraafplaatsen van Adegem in België tot Rheinberg in Duitsland.

Canadese oorlogsbegraafplaats in Groesbeek.

Canadese oorlogsbegraafplaats in Groesbeek.

De Canadese oorlogsbegraafplaats van Adegem ligt in de noordwesthoek van België, niet ver van de Nederlandse grens. Hier liggen de graven van 848 Canadezen, van wie de meesten zijn omgekomen tijdens de bittere strijd om de zuidoever van de Schelde schoon te vegen.

De Canadese oorlogsbegraafplaats van Bergen op Zoom ligt in het zuidwesten van Nederland. Hier liggen de graven van 968 Canadezen, van wie de meesten zijn gesneuveld tijdens het gevecht om de toegang tot Antwerpen vanaf zee vrij te maken, zodat de haven kon worden gebruikt voor geallieerde transporten.

De Canadese oorlogsbegraafplaats van Groesbeek ligt vlakbij Nijmegen. Meer dan 2300 Canadezen liggen hier begraven. Het monument van Groesbeek bij de ingang van de begraafplaats bevat de namen van nog eens 103 Canadezen van wie geen graf bekend is.

De Canadese oorlogsbegraafplaats van Holten ligt even ten noorden van die plaats in het noordoosten van Nederland. De 1355 Canadezen die hier liggen begraven zijn bijna allemaal omgekomen tijdens de laatste stadia van de oorlog in Nederland en tijdens de opmars van het Tweede Canadese Korps in Duitsland.

De oorlogsbegraafplaatsen van Reichswald en Rheinberg liggen beide in Duitsland, net over de Nederlandse grens. Op de oorlogsbegraafplaats van Reichswald staan 706 grafstenen van leden van de Canadese luchtmacht en één van een Canadese landmachtsoldaat. De oorlogsbegraafplaats van Rheinberg telt 516 graven van Canadese piloten.

© Hare Majesteit de Koningin, namens Canada vertegenwoordigd door de Minister van Veteranenzaken, 2005. Cat. Nr. V32-66/2004 ISBN 0-662-68590-3

Date modified: