De Schelde

Introductie

'Buffalo' amfibievoertuigen bij het oversteken van de Schelde.
(National Archieven van Canada 41505)

Het dorp Biervliet in de 'Breskens Pocket', Oktober 1944. (National Archieven van Canada 41724)

Na de eerste Geallieerde landingen op de stranden van Normandië op 6 juni 1944, en de doorbraak vanuit het bruggehoofd met bitter vechten door de Canadezen te Caen en Falaise, kreeg het Eerste Canadese Leger de taak om de kuststreken op te ruimen en de kanaalhavens te openen voor voorraden van vitaal belang. Dit Eerste Canadese Leger had een internationaal karakter. Behalve drie Canadese Divisies had het een Poolse Divisie, een Engels Korps, en van tijd tot tijd Amerikaanse, Belgische en Nederlandse troepen.

Onder het commando van Generaal H.D.G. Crerar drongen de Canadezen, op de linkervleugel van de Geallieerde Strijdkrachten, vlug oostelijk voorwaarts door Frankrijk naar België. Begin september werd de 2e Canadese Divisie welkom geheten in Dieppe. Boulogne, Calais and Kaap Gris Nez volgden, and tegen einde september was de Kanaalkust, behalve Duinkerken, opgeruimd en werd het zuiden van Engeland niet langer bestook door de raketten en granaten die van hieruit afgevuurd werden. Verder naar het noorden veroverde het 2e Engelse Leger de haven van Antwerpen met de havenuitrusting zo goed als onbeschadigd.

Ondertussen hadden de Engelse and Amerikaanse troepen tevens een breed front vooruitgeschoven en werd er in het zuiden van Nederland hevig gevochten. In september, in een stoutmoedige poging om door Nederland heen te stoten, begon het 2e Engelse Leger een aanval door luchtlandingstroepen met als doel de rivierovergangen te Grave, Nijmegen en Arnhem te veroveren. Als deze operatie gelukt was zouden de Geallieerden de controle hebben verkregen over het gebied tussen de Rijn en het IJsselmeer, en zou de verbinding tussen Nederland en Duitsland zijn verbroken. Toen dit evenwel mislukte werd het duidelijk dat de oorlog tot na de winter en tot voorjaar 1945 zou voortduren.

Onder deze omstandigheden werd het openleggen van de haven van Antwerpen, die al eerder door Geallieerde troepen werd bevrijd, een absolute noodzaak aangezien de aanvoerlijnen nog steeds helemaal naar Normandië terugliepen. Deze taak werd opgedragen aan het Eerste Canadese Leger onder bevel van Luitenant-Generaal Guy Simonds, die Generaal Crerar verving gedurende zijn ziekte.

De Strijd om de Schelde

Canadese carrier met aanhangwagen in Krabbendijke, 27 Oktober 1944.
(National Archieven van Canada 41949)

Antwerpen lag ongeveer 80 km van de zee verwijderd, met als enige verbinding met de zee de brede Westerschelde. Ten noorden daarvan lag het vroegere eiland Zuid-Beveland, nu door middel van een landengte met het vasteland verbonden. Ten westen van Zuid- Beveland lag het eiland Walcheren, dat door de Duitsers als een fort was versterkt. Het vlakke polderland van de zuidelijke Scheldeoever lag beneden zeepeil en was goed voor verdediging geschikt. Zo lang de Duitsers de zeetoegangen beheerden evenals de lange bochtige riviermond konden geallieerde schepen de haven niet bereiken. Er moest dus meer gebeuren dan alleen het bevrijden van Antwerpen.

Het plan ter bevrijding van de riviermond bestond uit vier afzonderlijke operaties. De eerste was het opruimen van het gebied ten noorden van Antwerpen en het afsluiten van de landengte van Zuid-Beveland. De tweede was het opruimen van het gebied rond Breskens achter het Leopoldkanaal en de derde was het onschadelijk maken van Zuid-Beveland. De eindfase bestond uit het veroveren van het eiland Walcheren.

Zodoende begon de 2e Canadese Infanterie divisie begin oktober 1944 de opmars ten noorden van Antwerpen, terwijl de 3e Canadese Infanterie divisie, gesteund door de 4e Canadese Pantser divisie, begon met de aanval over het Leopoldkanaal. Op beide fronten werd bitter gevochten, het overstroomde terrein was moeilijk, en de Duitsers hadden zich veilig ingegraven en waren bereid het gebied wanhopig te verdedigen.

De 2e Divisie, die naar het noorden oprukte om het oostelijk einde van de Zuid-Bevelandse landengte af te sluiten maakte goede voortgang tot aan de landengte zelf, waar bekwame Duitse parachutisten de opmars versperden. Er vielen veel slachtoffers toen de Canadese troepen over het open overstroomd gebied aanvielen, maar tegen 16 oktober hadden zij Woensdrecht veroverd aan de ingang naar Zuid-Beveland.

Op dit punt beval Veldmaarschalk Montgomery een hergroepering van alle strijdkrachten om te kunnen concentreren op het openleggen van de Schelde. Het Engelse Tweede Leger viel naar het westen aan ter bevrijding van Nederland ten zuiden van de Maas en om het Scheldegebied af te grendelen, terwijl Generaal Simonds zich concentreerde op het gebied ten noorden van de Bevelandse landengte. De 4e Divisie die bij het Leopoldkanaal had gevochten, werd noordelijk van de Schelde ingezet en rukte op naar Bergen op Zoom. Tegen 24 oktober was de landengte afgegrendeld en de 2e Divisie begon de opmars naar Zuid-Beveland bijgestaan door een amfibielanding van de 52ste Engelse Divisie. Op 31 oktober was Zuid-Beveland veroverd.

Ondertussen werd er aan de zuidelijke Scheldeoever even hevig gevochten. De 3e Divisie ondervond taaie Duitse weerstand in zijn poging het Leopoldkanaal over te steken en het gebied rond Breskens op te ruimen. De aanval begon op 6 oktober met felle weerstand en drie dagen lang was een heel smal bruggehoofd voortdurend in gevaar. Eindelijk, op 9 oktober werd de Duitse kanaallinie doorbroken door een amfibische aanval en het bruggehoofd verdiept. Troepen en tanks staken het kanaal over en de Duitsers trokken terug op betonnen bunkers langs de kust. Er werd nog meer gevochten maar tegen 3 november was de zuidelijke Scheldeoever bevrijd.

Het eiland Walcheren was toen de enige overgebleven grote hindernis voor het gebruik van de haven van Antwerpen. Het werd buitengewoon sterk verdedigd en de enige landverbinding was de lange smalle dijk naar Zuid-Beveland, de Sloedam. Wat nog erger was, het land langs de dijk was te nat voor infanteriebewegingen terwijl er tegelijkertijd niet genoeg water stond voor een aanval met stormboten.

De aanval zou vanuit drie richtingen worden uitgevoerd: vanuit het oosten langs de dijk; over de Schelde vanuit het zuiden; en vanuit zee. Om de Duitse verdedigers te hinderen werden de dijken van het eiland door middel van een zwaar bombardement door de Engelse Luchtmacht doorbroken ter inundatie van het gebied in het midden, zo dat amfibievoertuigen zouden kunnen worden gebruikt.

Op 31 oktober vielen de Canadezen aan op de dijk en kregen na een zwaar gevecht een klein gebied onder controle. De aanval werd doorgezet door de 52ste Engelse Divisie tezamen met aanvallen vanuit zee. Op 6 november viel Middelburg, de hoofdstad van het eiland, en op 8 november was alle weerstand gebroken. De mijnen in de vaarweg werden geveegd en op 28 november voer het eerste konvooi de haven van Antwerpen binnen, geleid door het in Canada gebouwde vrachtschip Fort Cataraqui.

Ondertussen was de 4e Divisie voorbij Bergen op Zoom naar Sint Philipsland doorgedrongen waar in een "zeegevecht" vanuit land verschillende Duitse boten tot zinken werden gebracht in de haven van Zijpe.

Met de toegangen naar Antwerpen dus bevrijd evenals het gebied tot aan de Maas het gevecht om de Schelde over. Het had veel gekost. Van 1 oktober tot 8 november 1944 verloor het Eerste Canadese Leger meer dan 12.000 man. Hiervan waren er 6.367 Canadees.

Inschepingsplaats voor de Schelde 'Pocket', ten westen van Terneuzen, Oktober 1944.
(National Archieven van Canada 41585)

Canadezen trekken Bergen op Zoom binnen, 29 oktober 1944.
(National Archieven van Canada 42038)

Inschepingsplaats voor de Schelde 'Pocket', ten westen van Terneuzen, Oktober 1944.
(National Archieven van Canada 41585)

Luchtdekking en ondersteuning ter zee

De campagne in noordwestelijk Europa had 11 maanden geduurd en zou niet zijn kunnen voltooid zonder de steun van de geallieerde vloot en luchtstrijdkrachten. De schepen hielden de zeeweg open voor ammunitie, voorraden en versterkingen, terwijl de luchtstrijdkrachten de lucht schoonveegden en gevaarlijke bombardementen en mijnenleggingen uitvoerden.

Ter Herinnering

De Canadese Oorlosbegraff-plaats de Adegem.

De Canadese Oorlosbegraff-plaats te Bergen op Zoom.

De Canadese Oorlogsbegraafplaats te Adegem ligt in de noordwestelijke hoek van Belgié, niet ver van de Nederlandse grens. Hier vindt men de graven van 848 Canadezen, van wie de meesten hun leven gaven tijdens de hevige strijd om de zuidelijke oever van de Schelde.

De Canadese Oorlogsbegraafplaats te Bergen op Zoom, in zuidwestelijk Nederland, bevat de graven van 968 Canadezen, van wie het merendeel omkwam in de gevechten om de zeetoegangen naar Antwerpen te openen en die haven toegankelijk te maken voor geallieerde schepen.

Alle fotos met toestemming van National Archives of Canada (Openbare Archieven) met uitzondering van: De Canadese Oorlogsbegraaf-plaats te Adegem, De Canadese Oorlogsbegraaf-plaats te Bergen op Zoom. Veterans Affairs Canada fotos (Ministerie van Veteranen Zaken).

Auteursrecht

Alle fotos met toestemming van National Archives of Canada (Openbare Archieven) met uitzondering van: De Canadese Oorlogsbegraaf-plaats te Adegem, De Canadese Oorlogsbegraaf-plaats te Bergen op Zoom. Veterans Affairs Canada fotos (Ministerie van Veteranen Zaken).

© Hare Majesteit de Koningin, namens Canada vertegenwoordigd door de Minister van Veteranenzaken, 2005. Cat. Nr.: V32-61/2004    ISBN: 0-662-68591-1

Date modified: